december 2025

Zoetermeer verandert toegang tot jeugdhulp

Zoetermeer verandert toegang tot jeugdhulp

Door: Samantha van Reijsen

De gemeente Zoetermeer verandert de manier waarop kinderen en gezinnen toegang krijgen tot jeugdhulp. De nieuwe werkwijze moet zorgen voor meer duidelijkheid in een tijd waarin het aantal hulpvragen blijft groeien. De kern van de discussie draait om drie vragen: wie krijgt hulp, wanneer, en op welke manier? Met deze koerswijziging verschuift het startpunt van de hulpketen steeds nadrukkelijker naar ‘Meerpunten’, die worden uitgebreid naar acht locaties verspreid door de stad.

Meerpunt als eerste halte, behalve in uitzonderlijke situaties

‘Meerpunten’ worden de plek waar de meeste hulpvragen voortaan beginnen. Doorverwijzers zoals huisartsen, jeugdartsen en scholen worden actief geïnformeerd over deze nieuwe structuur en worden aangemoedigd om kinderen en jongeren eerst naar een Meerpuntlocatie te sturen. De gemeente wil hiermee voorkomen dat jongeren te snel in duurdere specialistische zorg belanden, terwijl lichtere ondersteuning mogelijk volstaat.

Er blijven uitzonderingen bestaan. Bij acute veiligheidsrisico’s, ernstige psychiatrische problemen of situaties waarin direct specialistisch handelen noodzakelijk is, kunnen doorverwijzers nog steeds meteen doorsturen. De verwachting is echter dat dit minder vaak zal gebeuren dan voorheen. Door de nadruk te leggen op ‘Meerpunten’ als eerste aanspreekpunt, wil de gemeente de druk op de zwaardere jeugdhulp verminderen en meer ruimte creëren voor signalering, vroegtijdige ondersteuning en begeleiding in de wijk.

Druk op het systeem blijft toenemen

De aanpassing komt op een moment dat de vraag naar jeugdhulp verder stijgt. Landelijke cijfers tonen dat inmiddels bijna één op de zeven jongeren ondersteuning ontvangt, en ook in Zoetermeer groeit de instroom. Vooral tieners ervaren steeds vaker mentale problemen, zoals stress en overbelasting, waardoor scholen en wijkteams meer zorgvragen signaleren. Hoewel ‘Meerpunten’ een groter deel van deze instroom moeten gaan opvangen, blijft specialistische hulp noodzakelijk voor complexe situaties. De druk op deze vorm van zorg blijft hoog, waardoor wachttijden lastig terug te dringen zijn.

Kosten lopen verder op

De financiële druk vormt een tweede reden voor de koerswijziging. De kosten voor jeugdhulp stijgen al jaren en vormen een groeiend probleem voor gemeenten. Zoetermeer wil de uitgaven beheersbaar houden door lichtere ondersteuning eerder in te zetten en specialistische trajecten gerichter toe te kennen.

Toch blijft de verwachting dat de totale kosten richting 2026 verder zullen toenemen. De problematiek wordt complexer en trajecten duren vaak langer dan voorheen. De nieuwe toegang via ‘Meerpunten’ moeten vooral voorkomen dat specialistische zorg onnodig wordt ingezet en dat het budget nog sneller onder druk komt te staan.

Overgang naar volwassenheid blijft kwetsbaar

Ondanks de aanpassingen blijft de overgang rond het achttiende jaar een kwetsbare fase. Jeugdhulp stopt in principe op die leeftijd, terwijl jongeren juist rond die periode extra begeleiding nodig kunnen hebben. Alleen wanneer eerder al hulp werd geboden, kan een traject worden doorgezet tot 23 jaar. Dit maakt vooral jongeren zonder stabiel thuisfront extra kwetsbaar.

Met de uitbreiding van deze ‘Meerpunten’ en de nieuwe toegangsstructuur probeert Zoetermeer een balans te vinden tussen toegankelijkheid van zorg en de beheersbaarheid van het systeem. De komende jaren zal moeten blijken of deze aanpak voldoende is om de groeiende druk en oplopende kosten af te remmen.

 

Zoetermeer verandert toegang tot jeugdhulp Meer lezen »

Zoetermeer scoort laag op landelijke toiletranglijst en staat voor grote toegankelijkheidsuitdaging

Zoetermeer scoort laag op landelijke toiletranglijst en staat voor grote toegankelijkheidsuitdaging

Zoetermeer staat in de nieuwste ranglijst van toiletvriendelijke gemeenten van het Maag Lever Darm Fonds op plaats 165 met een rapportcijfer van 3,3. De ranglijst geeft inzicht in het aantal beschikbare openbare toiletten, de toegankelijkheid ervan en de mate waarin gebruikers binnen redelijke afstand een toilet kunnen vinden. De beoordeling is gebaseerd op gegevens uit de landelijke WC Wijzer app, waarin meer dan achtduizend toiletten zijn geregistreerd. De lage score laat zien dat het aanbod in Zoetermeer achterblijft bij het landelijke gemiddelde en dat er structurele verbeterpunten zijn op het gebied van spreiding, bereikbaarheid en beleidsmatige aandacht voor sanitaire voorzieningen.

Betekenis voor inwoners

Een tekort aan openbare toiletten heeft volgens het Maag Lever Darm Fonds directe gevolgen voor de bewegingsvrijheid van inwoners en bezoekers. Vooral ouderen, mensen met darm- of blaasproblemen, ouders met jonge kinderen en mensen met medische aandoeningen ervaren beperkingen wanneer toiletten niet binnen korte afstand beschikbaar zijn. Landelijke onderzoeken laten zien dat bijna een kwart van de Nederlanders soms activiteiten vermijdt uit angst geen toilet te kunnen vinden. De beperkte beschikbaarheid beïnvloedt daardoor niet alleen comfort maar ook sociale participatie. Voor mensen die afhankelijk zijn van snelle toegang tot een toilet kan het ontbreken van voorzieningen betekenen dat winkelbezoeken, recreatie of deelname aan evenementen minder vanzelfsprekend worden. Daarnaast merkt het fonds op dat onvoldoende toiletten ook invloed heeft op de aantrekkelijkheid van winkelgebieden en kan leiden tot onwenselijke situaties in de openbare ruimte.

Nationale aanpak

De ranglijst maakt deel uit van een bredere strategie van het Maag Lever Darm Fonds en de Toiletalliantie om het tekort aan toiletten landelijk zichtbaar te maken. De WC Wijzer app speelt hierin een centrale rol. Gemeenten kunnen hierin hun voorzieningen registreren en uitbreiden, terwijl gebruikers snel kunnen zien waar een toilet beschikbaar is en of het toegankelijk is voor specifieke doelgroepen. De beschikbaarheid wordt gemeten op basis van drie pijlers: kwaliteit van voorzieningen, aantallen binnen een gemeente en de spreiding over openbare plekken. Gemeenten met een hoog rapportcijfer kenmerken zich door helder toilettenbeleid, samenwerking met lokale ondernemers, voldoende openbare voorzieningen en toegankelijkheid voor rolstoelgebruikers en gezinnen. In publicaties is te zien dat gemeenten als Amersfoort, West Maas en Waal en Veere aan kop gaan dankzij een breed pakket aan maatregelen en heldere afspraken over toegankelijkheid. Deze voorbeelden worden door het fonds gebruikt om andere gemeenten te stimuleren hun beleid aan te scherpen.

Effect voor Zoetermeer

De lage score wijst voor Zoetermeer vooral op knelpunten in het aantal beschikbare toiletten en een beperkte spreiding over drukbezochte delen van de stad. In winkelgebieden, parken en recreatieve zones blijkt het aanbod niet altijd voldoende. De ranglijst laat verder zien dat sommige gemeentelijke gebouwen, winkels en horecalocaties nog niet zijn opgenomen in de WC Wijzer, waardoor het actuele aanbod voor bezoekers minder goed zichtbaar is. Dat kan leiden tot onzekerheid bij mensen die afhankelijk zijn van duidelijke informatie over toiletten in hun omgeving. Voor de stad betekent dit dat de toegankelijkheid van de openbare ruimte niet optimaal is en dat beleidsmatige keuzes kunnen helpen om deze situatie te verbeteren. Volgens het fonds heeft uitbreiding van het aanbod ook positieve effecten voor evenementen, toerisme, veiligheid en gastvrijheid binnen de stad.

Mogelijke verbeterstappen

Aanbevelingen uit de Toiletalliantie laten zien welke maatregelen gemeenten met succes inzetten. Het registreren en openstellen van toiletten in bibliotheken, wijkcentra, sporthallen en andere openbare gebouwen is een relatief snelle stap. Daarnaast kan Zoetermeer samenwerken met lokale ondernemers zodat toiletten van winkels en horeca toegankelijk worden voor passanten. Ook het plaatsen van extra openbare toiletten op drukke plekken draagt bij aan betere spreiding. Voor de langere termijn adviseren experts om een gemeentelijk toilettenplan op te stellen waarin onderhoud, toegankelijkheid, rolstoelvoorzieningen en babyverzorging worden meegenomen. Gemeenten die dit beleid hebben ingevoerd zien doorgaans een duidelijke verbetering in de ranglijst en in de tevredenheid van inwoners.

Vooruitblik komende jaren

Uit publicaties van het Maag Lever Darm Fonds blijkt dat de komende jaren meer nadruk wordt gelegd op toegankelijkheid in brede zin. Toiletten worden niet alleen gezien als een praktische voorziening maar als onderdeel van een inclusieve openbare ruimte. De verwachting is dat meer gemeenten structureel beleid zullen ontwikkelen omdat de ranglijst jaarlijks wordt vernieuwd en daardoor goed laat zien welke gemeenten vooruitgang boeken. Voor Zoetermeer biedt dit de mogelijkheid om gericht stappen te zetten en de positie in de lijst te verbeteren. Door het aanbod beter zichtbaar te maken, voorzieningen uit te breiden en samenwerkingen te stimuleren kan de stad toegankelijker en gebruiksvriendelijker worden voor inwoners en bezoekers.

Bronnen: Maag Lever Darm Fonds, Toiletalliantie, HogeNood, Facto, Zoetermeer Actief, beeld: Unsplash ter illustratie

Zoetermeer scoort laag op landelijke toiletranglijst en staat voor grote toegankelijkheidsuitdaging Meer lezen »

De Waterloper officieel onthuld: nieuw kunstwerk geeft Dobbeplas een opvallend herkenningspunt

De Waterloper officieel onthuld: nieuw kunstwerk geeft Dobbeplas een opvallend herkenningspunt

Op de Dobbeplas in het Centraal Park is vandaag het nieuwe kunstwerk De Waterloper officieel onthuld. Wethouder Marijke van der Meer opende het werk op 3 december met een speech waarin zij stilstond bij de betekenis van kunst in de openbare ruimte. De Waterloper is een ontwerp van Observatorium en werd begin 2024 door inwoners gekozen uit drie voorgestelde kunstwerken. De sculpturale druppel verwijst naar de torenspits van de Nicolaaskerk en lijkt boven het water van de Grote Dobbe te zweven.

Ontwerp en beleving

Het kunstwerk ligt op de Dobbeplas en is bereikbaar via een nieuwe vlonder aan het Marseillepad, met een aparte loopvlonder van 1,63 meter breed richting De Waterloper. Vanaf deze plek hebben bezoekers uitzicht over de plas, het Dorp en het Stadshart. Dit sculptuur is gemaakt van geanodiseerd aluminium, een duurzaam materiaal dat geschikt is voor langdurig gebruik in de buitenruimte. Observatorium wil met het ontwerp een plek bieden die uitnodigt tot rust en een nieuw perspectief op het park.

Kunst in het park

De Waterloper vormt een nieuwe toevoeging aan de bestaande kunst in het Centraal Park. Het kunstwerk staat tussen eerdere installaties zoals Oude Dorp, Nieuwe Stad, Monument voor een boom en Interaction I en II. Met de komst van De Waterloper krijgt het gebied een extra herkenningspunt dat de kunstcollectie in en rond de Dobbeplas verder versterkt.

Bron: Gemeente Zoetermeer, Beeld: Leon Koppenol 

De Waterloper officieel onthuld: nieuw kunstwerk geeft Dobbeplas een opvallend herkenningspunt Meer lezen »

Nieuwe regiovisie moet aanpak huiselijk geweld in Haaglanden versterken

Nieuwe regiovisie moet aanpak huiselijk geweld in Haaglanden versterken

Door: Samantha van Reijsen

De negen gemeenten in de regio Haaglanden, waaronder Zoetermeer, werken aan een vernieuwde regiovisie voor de aanpak van huiselijk geweld. De huidige versie loopt eind 2025 af, waardoor er vanaf 2026 een nieuwe koers moet worden ingezet. Daarbij blijft veel van de bestaande aanpak overeind, maar worden de prioriteiten duidelijk aangescherpt.

In de nieuwe visie krijgt preventie een grotere rol. Professionals die in hun werk met mogelijke signalen van onveiligheid te maken krijgen, moeten beter worden toegerust om die signalen te herkennen en op tijd te handelen. Trainingen, kennis van de meldcode en het versterken van de positie van aandachtsfunctionarissen blijven daarom een belangrijk onderdeel van de regionale inzet. Tegelijkertijd ligt er meer nadruk op duurzaam herstel. Dat betekent dat na een eerste melding niet alleen wordt gekeken naar directe veiligheid, maar ook naar de langere termijn. Aanpakken zoals intensief casemanagement, multidisciplinaire samenwerking en specifieke aandacht voor plegers moeten helpen om herhaling van geweld te voorkomen.

Ook samenwerking tussen gemeenten, Veilig Thuis, zorgorganisaties en politie blijft een cruciaal punt. De regio wil de lijnen korter maken, zodat informatie sneller en beter wordt gedeeld en gezinnen niet telkens opnieuw hun verhaal hoeven te doen. Omdat er landelijk nog veel verandert, onder meer door het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming krijgt de visie geen vaste einddatum. In plaats daarvan wordt elke twee jaar bekeken of bijsturing nodig is.

Financieel verandert er weinig aan de basis. De wettelijke taken, zoals vrouwenopvang, centrum seksueel geweld en Veilig Thuis, blijven betaald worden via bestaande middelen. Voor preventie leveren alle gemeenten een vaste bijdrage per inwoner. Door stijgende kosten moest de regio wel keuzes maken, waardoor de nadruk de komende jaren vooral blijft liggen op trainingen, deskundigheidsbevordering en het onderhouden van belangrijke netwerken.

Het doel van de nieuwe regiovisie is helder: inwoners die te maken hebben met huiselijk geweld moeten sneller passende hulp krijgen, en de regio wil alles op alles zetten om geweld binnen gezinnen daadwerkelijk te doorbreken.

Beeld: stophuiselijkgeweld.nu

Nieuwe regiovisie moet aanpak huiselijk geweld in Haaglanden versterken Meer lezen »

Extra geld nodig voor MOTION Beweeg College en nieuwe sporthal door netcongestie

Extra geld nodig voor MOTION Beweeg College en nieuwe sporthal door netcongestie

Door: Samantha van Reijsen 

De bouw van het nieuwe MOTION Beweeg College en de bijbehorende sporthal loopt vertraging en kostenstijging op door de netcongestie in Zuid-Holland. Sinds december 2024 kunnen grootverbruikers namelijk geen nieuwe elektriciteitsaansluiting meer krijgen. Ook de nieuwbouw van het Beweeg College valt hieronder.

In de afgelopen maanden is onderzocht hoe de school en sporthal toch kunnen worden aangesloten zodra het gebouw klaar is. Uit dat onderzoek blijkt dat een combinatie van elektriciteit en gas voorlopig noodzakelijk is. Door deze wijziging moeten delen van het ontwerp worden aangepast en ontstaan extra kosten.

De gemeenteraad krijgt daarom het verzoek om aanvullend krediet beschikbaar te stellen: ruim twee miljoen euro voor het schoolgebouw en bijna zeshonderdduizend euro voor de sporthal. Daarnaast komen er jaarlijkse exploitatielasten bij voor onderhoud en kapitaallasten. Omdat het ontwerp moest worden aangepast, kan de bouw niet voor het einde van 2025 worden hervat. Dit leidt tot extra indexatiekosten. De geplande oplevering staat nu op 1 juli 2027, met ingebruikname bij de start van het schooljaar 2027–2028. De aanvullende investering is volgens het college noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de school en sporthal daadwerkelijk gebouwd en in gebruik genomen kunnen worden, ondanks de problemen op het elektriciteitsnet.

Extra geld nodig voor MOTION Beweeg College en nieuwe sporthal door netcongestie Meer lezen »

Scroll naar boven