
Het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer heeft kritisch gereageerd op het alternatieve afvalplan van de VVD. Volgens het college brengt het voorstel risico’s met zich mee op het gebied van kosten en uitvoerbaarheid.
In het VVD-plan wordt voorgesteld om plastic, blik en drinkkartons (PBD) niet langer gescheiden in te zamelen, maar volledig via nascheiding te verwerken. Dat betekent dat dit afval bij het restafval wordt aangeboden en dat er geen extra container voor plastic nodig is. De nadruk komt te liggen op beter gebruik van de GFT+E-bak.
Volgens het college is volledige nascheiding op korte termijn niet haalbaar. Het huidige contract met de afvalverwerker biedt ruimte voor ongeveer 10.000 ton nascheiding per jaar, terwijl voor een stadsbrede invoering circa 30.000 ton nodig is. Zonder uitbreiding van die capaciteit kan invoering pas rond 2030 plaatsvinden.
Ook financieel ziet het college aandachtspunten. Waar het huidige afvalbeleidsplan uitgaat van een stijging van de afvalstoffenheffing van ongeveer drie euro per huishouden per jaar, kan dit bij uitvoering van het VVD-voorstel oplopen tot circa negen euro per huishouden vanaf 2028. Door PBD bij het restafval te voegen, neemt het volume restafval toe en wordt Zoetermeer gevoeliger voor landelijke heffingen.
Daarnaast verwacht het college dat restafvalcontainers sneller vol raken, vooral in laagbouwwijken. Vaker legen vraagt om extra inzet van personeel en voertuigen, wat op korte termijn moeilijk uitvoerbaar is. Het college heeft deze punten meegegeven aan de raad voor verdere bespreking.
Tekst & beeld: Samantha van Reijsen