
De gemeente Zoetermeer wil het aantal kinderen dat thuisonderwijs volgt vanwege levensovertuiging zoveel mogelijk beperken. Dat blijkt uit antwoorden van het college van burgemeester en wethouders op vragen van GroenLinks-PvdA, naar aanleiding van een recente uitspraak van de Hoge Raad.
De uitspraak heeft grote gevolgen voor gemeenten die te maken hebben met ouders die een beroep doen op vrijstelling van de leerplicht. Eerder besloot Den Haag al dat kinderen die thuisonderwijs krijgen vanwege religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen vanaf volgend jaar weer naar school moeten.
Gemeente wacht op landelijke richtlijnen
Ook Zoetermeer kijkt nu naar de mogelijkheden. Het college laat weten de ontwikkelingen nauwlettend te volgen en wacht op nieuwe landelijke richtlijnen. Daarna wil de gemeente maximaal gebruikmaken van de juridische ruimte om het aantal vrijstellingen terug te dringen.
Beperkt toezicht op thuisonderwijs
Volgens het college heeft ieder kind recht op kwalitatief goed onderwijs. Tegelijkertijd erkent de gemeente dat er momenteel nauwelijks toezicht mogelijk is op de kwaliteit van thuisonderwijs. Zodra ouders voldoen aan de wettelijke voorwaarden voor een vrijstelling, kan niet worden gecontroleerd of en hoe een kind daadwerkelijk onderwijs krijgt.
In Zoetermeer hebben op dit moment 28 kinderen een vrijstelling van de leerplicht op basis van levensovertuiging. Daarnaast zijn er nog twee nieuwe aanvragen in behandeling.
De discussie over thuisonderwijs laait daarmee ook in Zoetermeer verder op. De komende landelijke richtlijnen moeten duidelijk maken hoeveel ruimte gemeenten krijgen om op te treden tegen vrijstellingen van de schoolplicht.