Bas Akkerman: “Als ik speel, voel ik me weer die verwonderde jongen van acht”

Bas Akkerman: “Als ik speel, voel ik me weer die verwonderde jongen van acht”

Voor Bas Akkerman (48), geboren in Den Haag en tegenwoordig woonachtig in Tiel, is rolstoelhockey veel meer dan een sport. Het is een tweede natuur. Al op jonge leeftijd ontdekte hij zijn talent met stick en bal, en inmiddels behoort hij al jarenlang tot de vaste krachten van zowel het Zoetermeerse Doing als het Nederlands team.

“Zodra ik een stick vasthield tijdens gym op de Mytylschool voelde het vertrouwd,” vertelt hij. “Ik was een jaar of acht en speelde daarna overal. In de pauzes, na schooltijd terwijl ik wachtte op de taxi en thuis stifte ik ballen in de prullenbak of tussen de spijlen van mijn hoogslaper.”

Die vanzelfsprekendheid groeide uit tot een indrukwekkende carrière. Via onder meer het Haagse Kameleon en Haag ’88 bij Thea Smit, waar hij meerdere keren kampioen werd, kwam Akkerman in 2018 in Zoetermeer bij Doing terecht. “Ik hoorde van andere spelers dat Doing een geweldige sfeer had. Ze hadden een sterk middenveld en aanval, maar misten nog een goede verdediger. Ik dacht: misschien ben ik wel die missing link.” Dat bleek geen grootspraak. In zijn eerste seizoen werd Doing direct kampioen.

Binnen de club voelde Akkerman zich snel thuis. Niet alleen vanwege het sportieve niveau, maar ook door de mensen eromheen. Vooral coach Frank Maagdenberg maakte indruk. “Ik kende Frank al van de selectietrainingen van Oranje toen ik zestien was. Hij is echt bezeten van hockey en altijd bezig om spelers en het team beter te maken. Maar hij deed ook alles daaromheen: vervoer regelen, contact met de bond, organiseren. Toen besefte ik pas hoeveel werk er achter topsport in het para floorball zit.”

Opvallend genoeg komt hij niet uit een uitgesproken sportfamilie. “Mijn moeder was goed in volleybal en mijn opa trainde elke dag thuis met squats en luchtfietsen. Ik denk dat ik van hen mijn atletische bouw heb meegekregen. Daardoor maak ik bewegingen snel eigen.”

 

Het Nederlands team

In het veld is Akkerman al jaren een betrouwbare verdediger. Zowel bij Doing als bij Oranje is dat zijn vaste rol. “Tegenstanders tegenhouden, opbouwen en soms een rush maken. Ondanks mijn leeftijd ben ik nog behoorlijk snel, mede dankzij krachttraining.” Maar zijn waarde voor het team zit niet alleen in het fysieke. “Ik kijk soms anders naar situaties en probeer eerlijk te zijn. Dat helpt voor de focus. Tegelijk houd ik van humor. Als je een week met elkaar op pad bent, kun je niet voortdurend alleen maar scherp zijn.”

Met Doing beleeft hij opnieuw een sterk seizoen, al is het spannender dan vorig jaar. “Toen werden we kampioen. Nu missen we een belangrijke speler van die ploeg. We verloren in de competitie met 5-0 en 1-0 van een concurrent, dus hopelijk halen we de finale van de play-offs en wordt het een mooie best-of-three.”

Ook internationaal kent Akkerman een indrukwekkend parcours. Sinds zijn zestiende speelde hij al enkele wedstrijden voor Oranje. Vanaf zijn 32e maakte hij deel uit van de herstart van het nationale team. Inmiddels staat hij op ruim honderd interlands. “Hoeveel precies weet ik niet eens.”

De afgelopen periode beleefde Oranje bovendien grote successen. “De laatste twee toernooien, in Zoetermeer en afgelopen april in Zwitserland, hebben we gewonnen. Daarvoor zaten we er dertien jaar vaak dichtbij.”

Toch draait het voor Akkerman uiteindelijk niet om prijzen of statistieken. Wat hem drijft, is iets anders. “Het belangrijkste dat ik heb geleerd, is om het bijzonder te blijven vinden en plezier te maken. Van de honderden spelers mag jij je land vertegenwoordigen. Dat moet je koesteren. En je moet er voor elkaar zijn, ook als je veel op de bank zit. Je kunt ieder moment nodig zijn.”

Hij glimlacht even wanneer hij uitlegt wat hem nog altijd motiveert. “Als ik me weer voel als die verwonderde achtjarige jongen met die eerste stick in zijn handen, dan weet ik hoeveel dit spelletje voor me betekent. Prijzen of niet.”

Foto’s: PR

Scroll naar boven