
Sommige mensen zoeken de schijnwerpers op. Jenny Bos-De Gier doet juist het tegenovergestelde. Al jarenlang zet de 72-jarige Zoetermeerse zich met hart en ziel in voor mensen die het moeilijk hebben. Voor zieken, eenzamen, gezinnen van gedetineerden en mensen die tussen wal en schip dreigen te raken. Haar inzet bleef niet onopgemerkt. Tijdens de Lintjesregen op 24 april ontving zij uit handen van burgemeester Michel Bezuijen een Koninklijke onderscheiding en werd zij benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau. Een waardering die volgens haarzelf niet nodig was, maar die wel voelt als erkenning voor het vele vrijwilligerswerk dat zij al jarenlang met liefde verricht.
Voor Jenny begon haar leven heel anders dan dat van de meeste vrijwilligers. Ze groeide op op een boerderij in Lopik, waar omzien naar elkaar vanzelfsprekend was. “Als mensen het moeilijk hadden, brachten wij eten langs. Dat deed je gewoon,” vertelt ze. Later runde ze samen met haar man een boerderij in Leidschendam. Na zijn onverwachte overlijden nam zij het bedrijf tijdelijk over, terwijl ze haar jonge zoon opvoedde. Uiteindelijk verhuisde ze naar Zoetermeer, waar ze al werkzaam was in de wijkverpleging. Pas nadat haar kinderen volwassen waren en zij met pensioen ging, ontstond er ruimte om zich volledig te richten op vrijwilligerswerk. Eerst binnen de kerk, later ook bij Gevangenenzorg Nederland.
Luisterend oor
Binnen de Hervormde Morgenstergemeente is Jenny inmiddels al vijftien jaar actief in de bijzondere pastorale begeleiding. Ze bezoekt mensen die ziek zijn, loopt mee met de daklozenbus en biedt een luisterend oor aan mensen die vastlopen in het leven. Vaak zijn het gesprekken tijdens een wandeling of een kop koffie, zonder oordeel en zonder haast. Wanneer professionele hulp nodig is, helpt ze mensen de juiste weg te vinden. Door haar achtergrond in de psychiatrie weet ze signalen van onder meer depressies en psychische problemen goed te herkennen. Ze volgde bovendien een intensieve tweejarige opleiding waarin gespreksvoering, begeleiding en het herkennen van psychische problematiek centraal stonden. “Ik kan problemen niet oplossen, maar ik kan mensen wel hoop geven en helpen de eerste stap naar hulp te zetten.”

Sinds haar pensionering is daar een tweede bijzondere taak bij gekomen: haar vrijwilligerswerk voor Gevangenenzorg Nederland. Daar begeleidt zij niet alleen gedetineerden, maar vooral ook de gezinnen die achterblijven. Volgens Jenny wordt juist die groep vaak vergeten. “Iedereen vraagt hoe het met de gevangene gaat, maar bijna niemand vraagt aan de partner of de kinderen hoe het met hén gaat.” Juist dat eenvoudige gesprek kan volgens haar een wereld van verschil maken. Ze bezoekt gezinnen thuis, luistert naar hun verhaal en helpt waar mogelijk. Ook zorgt Gevangenenzorg ervoor dat kinderen namens hun vader in de gevangenis toch een verjaardagscadeautje ontvangen. Een klein gebaar dat voor een kind van grote betekenis kan zijn.
In haar werk heeft Jenny indrukwekkende verhalen meegemaakt. Eén daarvan staat nog altijd in haar geheugen gegrift. Ze begeleidde een vrouw die jarenlang slachtoffer was geweest van geweld, was opgegroeid tussen drank en drugs en volledig was vastgelopen. Instanties kregen nauwelijks contact met haar, maar Jenny bleef geduldig naast haar staan. Niet om oplossingen op te leggen, maar om er simpelweg te zijn. “Ik probeer altijd blanco naar iemand te kijken. Niet naar wat iemand heeft gedaan of meegemaakt, maar naar de mens zelf.” Dat uitgangspunt neemt ze overal mee naartoe. Ze veroordeelt niemand, maar helpt mensen wel eerlijk naar hun eigen situatie te kijken en verantwoordelijkheid te nemen voor hun leven.
Geloof
Haar christelijke geloof vormt daarbij haar belangrijkste drijfveer, al dringt ze dat nooit aan anderen op. “Ik begin nooit zelf over het geloof. Soms praten we er jarenlang niet over.” Voor Jenny draait het om respect en aandacht voor ieder mens, ongeacht afkomst of geloofsovertuiging. Ze ontmoet christenen, moslims en mensen zonder religie en behandelt iedereen gelijk. “Ik kijk naar mensen, niet naar hun geloof.” Volgens haar ontstaat juist door oprechte belangstelling vaak vertrouwen. Dat vertrouwen zorgt ervoor dat mensen soms dingen durven te vertellen die ze zelfs niet met hulpverleners delen. Juist omdat zij onafhankelijk is en niets van hen moet.
Dat Jenny zelf op jonge leeftijd weduwe werd, helpt haar soms om anderen beter te begrijpen. Ze weet hoe het voelt om alleen achter te blijven met een jong gezin en hoe belangrijk het is dat iemand vraagt hoe het écht met je gaat. Toch ziet ze haar eigen ervaringen niet als de reden waarom ze vrijwilligerswerk doet. “Mijn geloof is mijn drijfveer. ik kijk door de ogen van de Heere Jezus naar de medemens! Ik geloof dat iedereen een kans op herstel verdient.” Die overtuiging geeft haar de energie om door te gaan, ook als een week soms twintig uur vrijwilligerswerk vraagt. “Zolang het mij energie geeft, blijf ik het doen. Als het je leegzuigt, moet je stoppen.”

Het koninklijke lintje voor Jenny Bos. Links
burgemeester Michel Bezuijen en rechts haar
dochter
De Koninklijke onderscheiding kwam voor Jenny als een complete verrassing. Ze dacht dat ze onderweg was naar een tentoonstelling over de Tweede Wereldoorlog, totdat ze ineens op het podium van het Stadstheater terechtkwam. “Ik snapte er helemaal niets van. Pas toen zag ik de foto van de koning en begon het te dagen.” Hoewel ze zich wat ongemakkelijk voelde door alle aandacht, is ze dankbaar voor de waardering. Niet omdat ze die zelf zo belangrijk vindt, maar omdat het laat zien hoe waardevol vrijwilligerswerk is. “Ik ben vooral blij dat ik dit werk mag doen. Ik krijg er zoveel voor terug. Dat is uiteindelijk de mooiste beloning.”
Tekst: Ronald Mooiman
Foto’s: Ronald Mooiman en gemeente Zoetermeer